Kussengevecht met Kalasjniknuffel

Kinderen spelen ermee en hij ligt ook lekker als kussen in de nek. De Utrechtse kunstenaar Jan Willem Campmans maakte een knuffel van een Kalasjnikov, de Kalasjniknuffel.

Het geweer van jeansstof en leer is ‘een stuk provocerend design’ voor op de bank, zegt Campmans. Dat het een knuffel van een Kalasjnikov moest worden, was snel duidelijk. Het Russische machinegeweer is immers het meest geproduceerde vuurwapen in de geschiedenis en iedereen kent het. De kunstenaar zegt met de knuffel ‘twee concepten bij elkaar te willen brengen, die eigenlijk niet bij elkaar passen’. ‘Als je iets onschuldigs combineert met iets schuldigs als een Kalasjnikov, dan roep je automatisch vragen op. Kunst is voor mij interessant als het wrijft.’

Dat hij beet had met het ontwerp van de knuffel werd snel duidelijk, zegt Campmans. ‘Op een feestje liep een kind van vrienden eerst stoer te doen met een prototype, maar toen hij later wat verloren rondliep, zocht hij echt troost bij het ding als knuffel. Toen wist ik wel dat het werkte.’

Van vrienden kreeg hij wel vragen over wapenverheerlijking en op internet kreeg een foto van het knuffelgeweer al opgestoken duimen van dubieuze types uit Mexico en mensen uit de wapenlobby in de VS. Die pikken dat ook op, zegt Campmans. ‘Sommige mensen begrijpen niet dat het kunst is, maar dat is niet aan mij. Ik ben alleen maar de maker. Ik stel alleen maar de vraag, ook al is die niet altijd leuk.’

De knuffel was voor het eerst te bewonderen op de Dutch Design Week. Om het ontwerp ook echt Nederlands te houden ging Campmans op zoek naar een naaiatelier in Nederland. Dat bleek nogal lastig. Of het was te duur, of men vond het ontwerp te controversieel. Uiteindelijk kwam hij terecht bij praktijkschool Pouwer in Utrecht. Daar wordt de knuffel nu door leerlingen in elkaar gezet. Het is nu een echt Utrechts product, zegt Campmans. ‘Daar ben ik wel trots op.’

Samen met collega-kunstenaar Anne Dronkers moest hij de leerlingen zelf leren hoe de knuffel in elkaar gezet moest worden. Het ontwerp is een stuk lastiger dan de kussentjes die ze normaal gesproken maken. Ik vind de samenwerking met de school absoluut een meerwaarde, zegt Campmans. ‘De leerlingen zijn uiteindelijk trots dat ze iets moeilijks maken, waar ook nog vraag naar blijkt te zijn. Ze komen zo ook bijna ongemerkt met kunst in aanraking. En dit zijn de kinderen die dat het hardst nodig hebben.’


Verschenen in het AD/Utrechts Nieuwsblad (6-12-2014)

Comments are closed.