Veel Europeanen, te weinig Europa

Een krappe voldoende voor het beleid in Bosnië en een zware min als het gaat om mensenrechten in China. Het buitenlands beleid van Europa is voor het eerst langs de meetlat gelegd in de scorecard 2010 van de European Council on Foreign Relations.

Met een jaarlijks rapport wil de denktank duidelijk maken dat er wel degelijk Europees buitenlands beleid is. Ook al is het een proces van vallen en opstaan: Europa wordt in de buitenwereld soms wel bekeken als één geheel. ‘Er zijn veel Europeanen, maar te weinig Europa’.

De scorekaart kijkt naar Europa op dezelfde manier als grootmachten als China en Brazilië. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Brusselse instituties of afzonderlijke landen. Europeanen krijgen in het rapport hogere cijfers als ze samenwerken, als ze echt hun best doen en als ze bereiken wat ze willen.

Geen wonderen
2010 was geen geweldig jaar voor Europa. Aanvankelijk was er hoop dat er grote stappen konden worden gezet met het Verdrag van Lissabon – waarmee de struktuur van de unie veranderde – maar de economische crisis gooide roet in het eten. Op het moment dat Europa vooral bezig is met het eigen huishoudboekje, is er ook minder ruimte voor een buitenlands beleid.

Staatssecretaris Ben Knapen van Europese Zaken zegt dat we niet moeten vergeten dat het sowieso een lastig terrein is. ‘Buitenlands beleid is het moeilijkste onderwerp als het om Europa gaat. Want het is een onderwerp waar volgens het Verdrag van Lissabon alle lidstaten eigenlijk nog zelfstandig zijn en zelf bepalen wat ze doen.

En ook een onderwerp waar alle lidstaten heel uiteenlopende opvattingen over hebben. Dus als je op dat moeilijke terrein probeert om dingen gezamenlijk te gaan doen en je bent net begonnen met dat Verdrag van Lissabon in 2009, dan kun je in 2010 geen wonderen verwachten.’

Tegelijk met Mladic
De scorekaart 2010 werd dinsdag gepresenteerd in debatcentrum De Balie in Amsterdam, ongeveer tegelijk met de aankomst van Serviër Ratko Mladic bij het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag. Voor het rapport van volgend jaar betekent dat natuurlijk een dikke plus in het Balkandossier.

Volgens de voormalige chef van de NAVO, Jaap de Hoop Scheffer, is het een goed voorbeeld van een succes door Europese samenwerking. Nederland had in zijn eentje immers nooit zoveel druk op Servië kunnen zetten.

Veel Europeanen, maar weinig Europa
Tegelijkertijd hoorde De Hoop Scheffer aan de internationale onderhandelingstafels nog wel eens het verwijt dat er wel ‘heel veel Europeanen zijn, maar weinig Europa’. Het praten met één stem is volgens hem ook in ons eigen belang. ‘In de wereldverhoudingen zoals ze op dit moment zijn, met allemaal nieuwe grote landen die financieel-economisch sterk zijn, die politiek en militair steeds krachtiger worden, is het belangrijk dat Europa zijn stem blijft meeblazen. Ook in ons eigenbelang …’, aldus De Hoop Scheffer.

‘En daarvoor heb je meer Europese integratie nodig, in plaats van minder. Maar, ik kan wel roepen dat er meer Europese integratie nodig is, maar grote delen van de publieke opinie gaan de andere kant op. En die kloof moeten we zien te overbruggen en daar hebben we een start voor proberen te geven in de Balie.’

Meer samenwerking
Nederland werd tijdens het debat in Amsterdam wel vergeleken met de kanarie die in mijnen werd gebruikt om te waarschuwen tegen giftig onheil. Met andere woorden: nu ze hier in Amsterdam al wat Europa-moe zijn, worden ze dat in Berlijn en Parijs ook steeds meer. Toch dwingen de ontwikkelingen op het internationale toneel naar meer samenwerking.

En ook al zijn de rapportcijfers dit jaar nog geen reden voor een feestje, we hoeven wat Jaap de Hoop Scheffer betreft nog niet te somberen.

‘Europa is een volstrekt uniek project in de wereldgeschiedenis en Europa heeft vele successen. Al was het alleen maar stabiliteit en geen oorlog. Maar we zijn in een overgangsfase … Europa deelt niet meer de lakens uit in de wereld. Onze cultuur deelt niet meer de lakens uit. Kijk naar China, kijk naar India, kijk naar Brazilië, naar Mexico, naar Zuid-Afrika, naar Rusland, naar andere landen. En ik eindig waar ik begon. En dat betekent meer integratie en niet minder.’

 Verschenen bij de Wereldomroep, 1 juni 2011.

Comments are closed.