Nederlands Kung Fu-team klaar voor WK

Als het meezit, heeft Nederland er binnenkort weer een paar wereldkampioenen bij. Dit keer in de niet alledaagse, eeuwenoude Chinese krijgskunst Kung Fu die al honderd jaar ook in Nederland beoefend wordt. ‘Kung Fu is een vaardigheid, een levensstijl, een filosofie die veel verder gaat dan vechten alleen’, vertelt de 25-jarige Chi Kin Tang. Hij werd vorig jaar op n onderdeel wereldkampioen en verdedigt ook dit jaar in Hongkong weer de eer van Nederland.

Zwaarden en messen

Kung Fu, onderdeel van een breed scala aan Aziatische martial arts, kan dodelijk zijn en werd in het oude China toegepast in tijden van oorlog. Er komen zwaarden, messen, speren en stokken aan te pas en daarmee kan je een tegenstander volledig uitschakelen. In vredestijd overheerste het kunstaspect van Kung Fu. Dan lag de nadruk op de beheersing, de exacte uitvoering van handelingen en bewegingen.

‘Natuurlijk zit er tijdens de wedstrijden een competitie-element in, maar het is vooral ook kunst’, zegt Chi Kin Tang. ‘Daarbij zijn waardigheid en respect voor je tegenstander de kernbegrippen. Het gaat erom op een gestroomlijnde manier de juiste handelingen en bewegingen te maken. In duo’s, als je elkaar ‘bevecht’, maar ook in solo als je dieren uitbeeldt, zoals de tijger, de panter, de aap of de kraanvogel. Dan komt het echt aan op individuele beheersing en vaardigheid. Een leerproces dat levenslang doorgaat.’

Opnieuw prijzen

Sifu (‘meester’) Mark Horton, de 49-jarige coach van de ploeg, heeft er veel vertrouwen in dat team Holland opnieuw in de prijzen valt. De deelnemers van vorig jaar, onder wie hijzelf, zijn verder in hun ontwikkeling. Ze krijgen gezelschap van de zesvoudig Nederlandse jeugdkampioene ‘Mulan’ Yeun Ting Ho, die als 17-jarige voor haar eerste WK staat. De 25-jarige Chi Kin Tang en de 24-jarige Fu Yu Dai, in 2011 tweevoudig wereldkampioen, maken Oranje compleet. De vier deelnemers strijden in zes categorieën.

Hongkong is van 23 tot en met 28 februari het toneel van het wereldkampioenschap Kung Fu. De 10.000 deelnemers komen vooral uit China en andere Aziatische landen, zoals Indonesië, Maleisië en India. In totaal doen vijftig landen mee. Ook Europa is vertegenwoordigd. Rusland en Italië zijn erkende Kung Fu-landen en dat geldt zeker ook voor Nederland, vorig jaar achtste op de wereldranglijst. Die positie is te danken aan de drie deelnemers die op het vorige WK samen dertien medailles in de wacht sleepten, waaronder vier gouden.

Eerste Chinezen in Nederland

De Nederlandse ploeg, met uitzondering van Sifu Mark Horton, heeft een Chinese achtergrond. Kung Fu is de teamleden door de ouders met de paplepel ingegoten. De krijgskunst is begin vorige eeuw met de komst van de eerste Chinezen naar Nederland overgewaaid en in die bevolkingsgroep altijd populair gebleven. Maar ook autochtone Nederlanders voelen zich tot Kung Fu aangetrokken.

‘Het is nog zeker geen volkssport zoals voetbal, maar het doet het goed bij de Nederlandse jeugd’, aldus Sifu Horton. Hij weet als geen ander dat aansprekende internationale resultaten bijdragen aan de populariteit. Wat dat betreft is er geen beter podium dan het naderende WK.

Comments are closed.